Bordeaux: Van de rechteroever tot de Cité du Vin
De rechteroever van de Dordogne, ook wel Libournais genoemd, is een walhalla voor wijnliefhebbers. Hier zijn de beroemde wijngebieden Pomerol en Saint-Émilion te vinden. De merlot-druif is hier heer en meester, bijgestaan door de cabernet franc. Deze druivenstokken staan met hun elegante wortels in een kalkrijke kleigrond. Zand, kiezels en keien zijn er ook, maar niet zo talrijk als in de Médoc. Deze “Bourgognes du Bordelais” zijn soepeler en sneller op dronk dan de wat stuggere Cabernet Sauvignon-wijnen van de Médoc.

Airco en een wit paard
Onze huurauto, een zwart Fiatje, brengt ons richting Pomerol. Het is hartje zomer en de airco staat op 10, maar het helpt weinig. De wijndomeinen zijn hier uitgevoerd in een sobere kloosterstijl. Geen Versailles-toestanden met marmeren torentjes en gouden kranen, maar stille, bescheiden châteaux. Charmante dorpjes zijn moeilijk te vinden, wel een verdwaalde kerk in een verlaten landschap. Aan de rechteroever is het niet de macht van de kerk, maar de almachtige wijnstok die regeert.


De zwarte Fiat komt aan bij een grote grijze metalen poort met de legendarische naam: CHÂTEAU CHEVAL BLANC, een van de beroemdste wijnhuizen van de rechteroever. Verderop liggen domeinen met klinkende namen als Beauregard en het beroemde La Fleur-Petrus. Een stap in de beroemde wijngaard is alsof ik heilige grond betreed. Ik leg een Cabernet Franc-druivenstok vast alsof het een religieus relikwie is, en val nog net niet op mijn knieën voor de groene plant.


Canelé en ‘La Cathédrale du Vin’
Het zwarte paardje brengt ons verder naar het stadje Saint-Émilion, het Lourdes op wijngebied. Het stadje, ooit gesticht door een monnik, ligt hoog op een kalkstenen heuvel. Hier kunnen wijnpelgrims hun hart ophalen in de talloze wijnwinkels. Steile, bochtige straatjes brengen ons van beneden naar boven en weer terug. Een café en de lokale zoete specialiteit, de Canelé, op een terrasje in de verkoelende schaduw van de kalkstenen rots brengt ons weer met beide voeten op de grond.


Na Saint-Émilion eindigen we onze Tour de Libournais bij het modern architectonische domein Château Faugères. De Zwitserse zakenman Silvio Denz heeft dit bedrijf, ontworpen door de Italiaanse architect Mario Botta, met hightech-wijnmaaktechnieken nieuw leven ingeblazen. Het futuristisch ogende domein wordt geadviseerd door Michel Rolland, een bekende naam in de wijnwereld. Toscaanse cipressen en een zuil bij de ingang geven het geheel een Italiaanse sfeer. Ons zwarte Fiatje past perfect in dit decor.


Graves: De geest van Montesquieu
Onze reis vervolgt naar Graves, een van de oudste wijngebieden van Frankrijk. Het ligt op de linkeroever, ten zuiden van de stad Bordeaux. De naam van de streek komt van de grondsoort: kiezel, zand en klei, wat de inwoners ‘Grave’ noemen. De wijnen uit Graves zijn wat zwaarder en steviger dan de Médocs. We rijden door het gebied en brengen nog een bezoek aan Château La Brède, het kasteel van Montesquieu. De grondlegger van de scheiding der machten was een groot wijnliefhebber (vooral van de rode wijnen van Graves). Het is fascinerend om te zien hoe de adel in de 17e eeuw woonde.




Goud in het glas: Sauternes
Verlicht verlaten we La Brède en rijden via Barsac richting het zuiden, naar het beroemdste en meest exclusieve wijnkasteel voor zoete witte wijn ter wereld: Château d’Yquem. Hoewel ik normaal geen liefhebber ben van dit type wijn, is dit elixer van een buitencategorie. Ik proef de complexe en honingzoete smaak met een oneindig lange afdronk. Dit is het allermooiste en meest charmante wijndomein dat ik tot nu toe heb gezien. We struinen door de tuinen en genieten van de prachtige omgeving. Ik kan niet stoppen met foto’s maken van de kiezelgrond, de zeer oude wijnstokken en de lavendel. Château D’Yquem heeft mij compleet betoverd.


Het slotakkoord: Cité du Vin
Van het goud van D’Yquem gaan we naar het zilver (met een vleugje goud) van de Cité du Vin. Onze tour eindigt in een metalen reuzenkelk die het zonlicht en het water op geraffineerde wijze weerkaatst. De Cité du Vin is gevestigd in deze wervelende sculptuur die sinds 2016 schittert aan de oever van de Gironde. Binnenin het futuristisch vormgegeven gebouw zijn ruimtes waarin een bibliotheek, winkel en exporuimte te bezoeken zijn. Alles draait, als het ware, om wijn, wijn, wijn.
Het is druk tijdens ons bezoek, maar eenmaal binnen vliegen we virtueel over de grootste wijngebieden ter wereld. Het is een plek waar verleden, heden en toekomst op originele wijze tastbaar worden gemaakt door alle zintuigen te prikkelen. Na ons bezoek aan de expo nemen we de lift naar boven waar we, met ons toegangsticket, gratis een wijn naar keuze mogen proeven en genieten van het uitzicht over Bordeaux. Terug beneden in de wijnshop valt mijn oog tussen honderden flessen op een bekend etiket: Domein Apostelhoeve. Het is tijd om de Tour de Bordeaux af te sluiten. Home Sweet Home.
Meer weten? https://www.laciteduvin.com/en

