Juni. De aardappelen aarden goed in de vette klei. Ze staan mooi opgesteld in rijtjes. Langzaamaan begint het warmer te worden. Besjes aan de struik verkleuren zachtjes van lichtgeel naar rozeoranje en dan blozend rozerood. Het is bijna zomer.


Veelvraat
Juli. Het is nu volop zomer. De beruchte Coloradokever is gesignaleerd in de tuinen. Deze kever houdt heel erg van aardappels, en vooral van mijn aardappelplanten. Wat te doen? Een andere moestuinier geeft me een bekertje met een mengsel van spiritus en water. Daarin kan ik ze verdrinken. Zo verklaar ik de oorlog aan het geel-zwart gestreepte, hongerige kevertje. Helaas is hij niet onder de indruk van mijn spiritusoffensief. Een week later zijn alsnog alle planten aangetast.


Onkruid
Augustus. De Coloradokever heeft mijn gehele aardappeloogst naar de filistijnen geholpen. Ik zucht eens diep en red nog een paar aardappelen uit de zwarte modder. Toch een beetje oogst. “Dit is pas mijn eerste moestuinjaar”, houd ik mezelf voor, en probeer positief te blijven. Naast de invasie van de Coloradokever word ik het meest geplaagd door onkruid. Overal onkruid.


Il Giardino
September klopt al aan de deur. Ik maak kennis met Mario, een Italiaan uit Napels met een weelderige moestuin naast de mijne. Hij legt me uit hoe ik moet schoffelen en aardappelen moet poten, en wat te doen met onkruid. Bij het woord ‘onkruid’ maakt hij een zaagbeweging langs zijn keel met een sissend geluid. Ik krijg van hem onaangetaste ‘patate’ (aardappels), een krop andijvie en lente-uitjes. De Napolitaan zegt dat werken in “Il Giardino” (‘non finisce mai’) (nooit ophoudt). Ik knik instemmend.

Complimenti
‘Mister Il Giardino di Napoli’ laat me jaloersmakende ‘Zucchini’ (courgettes), ‘Melanzane’ (aubergines), ‘Chicorie’ (een soort verwant aan witlof en andijvie) en ‘molti fiori’ (bloemen) in alle kleuren van de regenboog zien. Hij geeft me overvloedige tips, bijvoorbeeld over hoe ik water moet geven: “Nee nee nee, zó moet je de planten water geven, anders krijg je nog meer onkruid”, zegt hij, en laat me zien dat je het water direct bij de wortel van de plant moet geven. Ik krijg zelfs complimenten omdat ik een beetje (moestuin) Italiaans spreek. ‘Grazie Mario’.


Pompoentje
Oktober sluipt stilletjes de moestuin in. Moeder natuur geeft me nog een heel klein oranje pompoentje en een grappig soort augurk (geen komkommer, geen courgette, en ook niet echt lekker… maar goed, oogst is oogst en het staat leuk in de fruitmand) en twee (ja, echt twee!) gevlekte struikbonen, plus een leuke zalmroze Dahlia. Wie het kleine niet eert…


Worteldoek
November. Conclusie: Mijn allereerste moestuinjaar is voornamelijk een gevecht tegen onkruid, de woeste kleigrond en de venijnige Coloradokever. Een gevecht tegen mezelf en mijn hoge verwachtingen. Ik verzin een plan: in het nieuwe jaar ga ik de bodem bedekken met worteldoek of kartonnen dozen. Daar kan geen onkruid tegenop. Dit wordt mijn nieuwe strategie.


Reflectie
Bijna december. De balans opmakend, dringt het tot me door dat moestuinieren niet per se iets te maken heeft met het koesteren van de natuur. De romantiek is nog ver te zoeken. Het lijkt soms een gevecht van de mens tégen de natuur.
Wordt vervolgd…
“Adopt the pace of nature – her secret is patience” – Ralph Walter Emerson

